Koninklijke Harmonie "De Verenigde
Vrienden" van Moorslede

De hoorn

de hoorn

Geschiedenis

De hoorn werd rond 1650 ontwikkeld in Frankrijk en is een grote broer van de kleinere halvemaanvormige hoorns die werden hertekend met opgerolde buizen. De jachthoorn die gebruikt werd in het orkest in de vroeg 18e eeuw kon ongeveer twaalf tonen produceren uit de natuurtoonladders. Rond 1750 kreeg het instrument een grotere flexibiliteit door de ontwikkeling van de hand-stoptechniek. De uitvinding van de ventielen en rotors in de vroeg 19e eeuw betekende een revolutie voor de hoorn. Hedendaags wordt de hand-stoptechniek enkel nog gebruikt om een wijziging van klankkleur te produceren.

Bouw en kenmerken

De Bb-hoorn is goed voor een buislengte van 2,75 m en de F-hoorn voor een buislengte van 3,75 m. De hoorn beschikt over 3 (4) rotors i.p.v. ventielen. De vierde rotor (die niet op elke hoorn aanwezig is) is het stopventiel. De hoorn die over twee stemmingen beschikt noemt men de dubbelhoorn. Het toonbereik van de hoorn is 3½ octaaf.

Gebruik

De hoorn wordt in het volledige hafabra gebruikt.

omhoog △